laatste update: 4-2-2012
Voor deze genealogie zijn o.a. de volgende bronnen gebruikt:
Drents Genealogisch Jaarboek 1999: Het uitgestorven eigenerfde geslacht Hamming, C. de Graaf
Naar: Inleiding Hamming
Naar: Genealogie Hamming (2)
Naar: Genealogie Hamming (3)
|
Generatie
I |
I Heino Hamming, geboren
circa 1510 te Veenhof, overleden voor 1587 te Veenhof, zoon van Willem Hamming.
Gehuwd met N. N.
Op de goorsprake van 2-3-1564 te Anloo doen twee buren van Bonnen - Tymen
Peppinge en jonge Jan Kampinge - aangifte van een zaak tussen twee partijen in
Bonnen: Heino Hamming en zijn meyer Egbert Leydinck. Of Heino in Bonnen woonde,
of wellicht in de Veenhof (dat zeker in het begin zeker gezien de geringe
grootte vaak onder Bonnen werd gerekend), wordt hieruit niet duidelijk. Heino
beweerde zijn meyer ruim op tijd te hebben opgezegd, maar Leydinck ontkende dat
en beweerde zelfs al te hebben betaald voor de nieuwe termijn. Overigens blijkt
Willem Hamming mede-eigenaar te zijn, in wie we waarschijnlijk zijn oudste zoon
kunnen zien. In 1574 had hij een geschil met Warmolt Hovinge (zie ook bij
Willem Hamming in 1573) over geld en brieven, die Warmolt uit "Wyffen huys
tho Gieten" had gehaald. Besloten werd, dat Heino een onterechte eis had
gesteld, tenzij hij kon bewijzen, dat Warmolt geen rechten had op het geld en
de brieven.[1] Heino zal overleden zijn voor 1587, toen zijn zoons Willem en Boele
ruzieën over hun vaderlijke erfenis.
Willem Hamming wordt als zoon van Heino genoemd in 1576: "Johan Ippinge
appellant contra Rotmer Hollinge cum suis ende Willem Hamminge (?) wegen sijns
vaders Heijno - beropinge quaet van III j...e? mat hoijlandes anno 1550
versettet".[2]
Uit dit
huwelijk:
|
1. |
Willem Hamming, geboren circa 1535 te Veenhof (zie II). |
|
2. |
Johan
Hamming, geboren circa 1540 te Veenhof. |
|
3. |
Boele
Hamming, geboren circa 1540 te Veenhof, overleden voor 1630. |
|
4. |
Harm
Hamming, geboren circa 1545 te Veenhof, overleden voor 1587. |
|
Generatie
II |
II Willem Hamming,
geboren circa 1535 te Veenhof, zoon van Heino Hamming (zie I) en N. N.
Op de goorsprake van 15-4-1573 eiste hij teruggave van de rogge, die Barolt
Hovinge van zijn landerijen in Bonnen had afgestolen.[11] Een jaar later, op de goorsprake van 15-3-1574, heeft Willem blijkbaar
zijn rogge zelf gehaald, want Warmelt Hovinge eist de rogge terug, die Willem
heeft gehaald bij Jan Nissinck.[12] Willem heeft in 1578 wederom problemen in het kader van ingezaaid koren.
Hij eist op de goorsprake van 5-8-1578 te Borger het koren terug, dat zijn
voormalige meyer Jan Jansen Kleyn heeft weggevoerd. Hij wordt echter in het
ongelijk gesteld.[13]
Met wie Willem is gehuwd, is onbekend. Uit het huwelijkscontract van 1627
kan worden geconcludeerd dat de beide Jannen Hamming broers moeten zijn geweest
van Heino Hamming. Hun vader zou elk van de vier broers in de voorgaande
generatie kunnen zijn geweest. Aangezien ze alledrie een zoon Willem krijgen,
moeten we in deze Willem hun vader zien. Hij zal mogelijk relatief jong
overleden zijn, waardoor Boele wellicht de ouderlijke boerderij heeft
voortgezet, samen met zijn neven. Hij zal dan in 1612 als oude hoofdbewoner
zijn genoemd.
Kinderen:
|
1. |
Heino Hamming, geboren circa 1565 te Veenhof (zie IIIa). |
|
2. |
Johan Hamming, geboren circa 1575 te Veenhof (zie IIIb). |
|
3. |
Margje
Hamming, geboren circa 1575 te Veenhof. |
|
4. |
Jan Hamming, geboren circa 1575 te Veenhof (zie IIIc). |
|
Generatie
III |
IIIa Heino Hamming,
geboren circa 1565 te Veenhof, overleden na 1634, zoon van Willem Hamming (zie II).
Gehuwd met Lutgertje Camping, overleden na
1634, dochter van Luitje Camping, ette
Oostermoer 1596-1620, en Roelofje N.N.
Heino Hamming wordt in 1624 het slachtoffer van plunderingen van
rondtrekkende soldaten[17]
In 1630 wordt hij vermeld met een gezin van 9.[18]
Enkele jaren later - in 1633 - koopt hij met zijn vrouw Lutgert (Camping) en
zijn zwager Willem Hidding en diens vrouw Trijne (Camping) van de derde zwager
Hendrik Nijsing en echtgenote Geertruid (Camping) van 1/8 waar waardeel van het
Levinge-erve te Annen.[19] Tevens gaan erfgoederen van wijlen
Luitjen Campinge te Bonnen en Anderen op dezelfde wijze in andere handen over[20], waarna Heino Hamming en Willem
Hidding, beiden voor de helft eigenaar van de goederen van wijlen hun
schoonvader Luitien Campinge in 1635 een definitieve scheiding maken.[21] In 1634 worden zijn stallen
geïnspecteerd.[22] Tussen 1635 en 1641 is Heino
overleden.
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Willem Hamming, geboren circa 1590 te Veenhof (zie IVa). |
|
2. |
Jan Hamming, geboren circa 1595 te Veenhof (zie IVb). |
|
Jantje Hamming, geboren circa 1620, overleden op 10-11-1672 te Gasselte.
Handtekekening Herman Hilbing[23] |
IIIb Johan Hamming, geboren
circa 1575 te Veenhof, overleden voor 1628 te Bonnen, zoon van
Willem Hamming (zie II).
Gehuwd voor de kerk circa 1600 te Gasselte met Lutgertje
Bronnigers, geboren circa 1580 te Gasselte, begraven op 15-2-1655 te
Gasselte, dochter van Warmolt Bronnigers,
ette Oostermoer 1610-1613; gecommitteerde, en Grete
N.N.
Zij hertrouwt met Jan van Amen.
Olde Johan Hamming wordt bij het overlijden van zijn weduwe Grote Jan
Hamming genoemd. Dit duidt meestal op twee gelijknamige broers, dan wel vader
en zoon en diende om verwarring te voorkomen.
Aangezien olde Johan omstreeks 1605 zijn eerste kinderen krijgt (zoon Pieter
was in 1630 al volwassen), moet hij voor 1580 zijn geboren en waarschijnlijk
iets eerder. Daarmee komt hij niet in aanmerking als zoon van Heino Hamming,
die immers ook al een zoon Jan haden zijn goederen verdeelde over zijn beide
zoons Jan en Willem.[24]
Aangezien zowel olde als jonge Jan Hamminck daarbij als getuige worden genoemd,
moeten die een generatie ouder zijn, dus broers van Heino Hamminck en derhalve
ooms van de bruidegom. Olde Jan Hamming is overleden tussen 5-6-1627 en
28-9-1628.
Op 27-10-1634 verzoeken Willem Hiddinge te Bonnen, Willem Rosinge, Jan
Altinge schulte van Eelde en Jochim Lunsche als voormond en voogden over de
kinderen van wijlen Jan Hamminge om authorisatie van de verkoop van landerijen
van de kinderen te Bonnen.[25]
Uit
dit huwelijk:
|
1. |
Willem Jans Hamming,
geboren circa 1605 te Bonnen (zie IVc). |
|
2. |
Willemtje Hamming,
geboren circa 1607 te Bonnen, overleden op 23-1-1661 te Gasselte. |
|
3. |
Dubbeltje Hamming,
geboren circa 1610 te Bonnen. |
|
4. |
Warmoltje Hamming,
geboren circa 1616 te Bonnen, overleden 2-1673 te Gasselte. |
|
5. |
Pieter Hamming,
geboren circa 1617 te Bonnen (zie IVd). |
|
6. |
Frerik Hamming,
geboren circa 1620 te Veenhof (zie IVe). |
IIIc Jan Hamming, geboren
circa 1575 te Veenhof, zoon van Willem Hamming (zie
II).
Gehuwd met Johanna Eling, geboren circa
1580, overleden voor 1636, dochter van Johan
Eling en Roelofje
N.N.
De oudste vermelding van deze Jan Hamming, is vermoedelijk de vermelding in
het register van ingezaaide landen uit 1612.[29] Hij is dan dezelfde, die in 1615 een
wilkeur van de Bonner boeren mede-ondertekende. Hij zal voor 1630 overleden
zijn, toen namelijk in De Veenhof zijn zoon Willem Hamming met zijn moeder en
zusters werd genoemd. De laatsten zijn niet bij name genoemd. In het nageslacht
van een van Willems zusters, gehuwd met Roelof ten Rodengate, komt naast een
Jan ten Rodengate ook een Jan Hamming ten Rodengate voor. Deze zal volledig
naar zijn grootvader zijn genoemd.
Het huwelijk tussen Jan Hamming en Johanna Eling zal niet eerder dan 1603
gesloten zijn, aangezien in dat jaar Johanna Eling werd beleend met het
Avinge-goed te Anderen en daarbij haar stiefvader Luitien Campinge meenam. Als
zij gehuwd zou zijn geweest, zou ze zich zeker hebben laten vertegenwoordigen
door haar man.
Beleend met Tavinge goed op 21-11-1603, na de dood van haar vader Johann
Elinge. Hulder is haar stiefvader
Luitgen Campinck.
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Lutgertje Hamming, geboren circa 1610. |
|
2. |
Willem
Hamming, geboren circa 1610, overleden voor 1675. |
|
3. |
N.N. Hamming, geboren circa 1615 te Veenhof, overleden voor 1676. |
|
Generatie IV |
IVa Willem Hamming,
geboren circa 1590 te Veenhof, overleden voor 1638, zoon van
Heino Hamming (zie IIIa) en Lutgertje Camping.
Gehuwd voor de kerk voor 1638 met Margaritha
Hilbing, geboren circa 1608 te Gasselte, overleden op 13-10-1678 te
Groningen, dochter van Johan Hilbing en Harmtje Hidding?
Zij hertrouwt met Crijn Homan.
Willem Hamming wordt vermeld als broer in het huwelijkscontract van Jan
Hamming met Anna Hilbing. Waarschijnlijk is hij identiek aan de Willem Hamming,
die met een zuster van Anna Hilbing is gehuwd. Dat huwelijk is mogelijk na 1627
gesloten. Willem zal niet lang erna zijn overleden, aangezien zijn weduwe in
1638 te Groningen hertrouwde met Crijn Homan. De kinderen van Willem Hamming
bezitten in 1642 een boerderij te Bonnen, meijerswijze bewoond door Frerick
Barels. In 1655 wordt hun stiefvader Crijn Homan als eigenaar van dezelfde
boerderij genoemd.
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Roelofje Hamming, geboren circa 1637. |
IVb Jan Hamming, geboren
circa 1595 te Veenhof, zoon van
Heino Hamming (zie IIIa) en Lutgertje Camping.
Gehuwd voor de kerk op 3-6-1627 te Gasselte met Jantje
Hilbing, geboren circa 1605, dochter van Johan Hilbing en Harmtje
Hidding?
Zij hertrouwt met Frerik
Hamming.
Jan Hamming trouwt in 1627 te Gasselte (als zoon van Heino Hamming en
Lutgert) met Jantien (Anna) Hilbing, dochter van jonge Jan Hilbing en
Harmentien.[44] Hierbij
transporteert Heino de helft van zijn bezittingen aan zijn beide zoons Willem
en Jan Hamming, elk voor de helft. De akte wordt opgemaakt voor de schulte
Michiel Ellents twee keurnoten, olde en jonge Jan Hamminck.
In 1630 wordt hij vermeld als bewoner van een boerderij in Bonnen (eig:
Veenhof, samen met zijn vader Heino). In 1646 bezit hij die boerderij nog
steeds, terwijl in 1655 de boerderij bezit blijkt te zijn van Frerick Hamming
c.s., kennelijk zijn zoon.
In de zomer van 1633 wordt Jan Hamming in de Veenhof voor de Etstoel gedaagd
door Jan Hindricx uit Peeloo, die door Jan Hamming met een roer in het gezicht
was geschoten. Eén oog moest hij hierdoor missen, het andere oog was
beschadigd. Hindricx eist schadevergoeding, terwijl Hamming verweerde dat het
om een ongeluk ging.[45]
In 1641 is sprake van verdeling van diverse gronden te Bonnen, waarbij onder
andere Willem Hamming (=in de Veenhof) en Jan Hamming (mede voor zijn overleden
broers erfgenamen, dus de kinderen van Willem Hamming) een deel krijgen
toegewezen.
Uit
dit huwelijk:
|
1. |
Boele Hamming, ette
Oostermoer 1657-1690, geboren circa 1628 te Veenhof, overleden op 11-3-1691
te Gieten. |
|
2. |
Heino Hamming,
geboren circa 1630 te Veenhof (zie Va). |
|
3. |
Lutgertje Hamming,
geboren circa 1630 te Veenhof, overleden op 15-6-1669 te Gasselte. |
|
4. |
Johanna Hamming,
geboren circa 1632 te Veenhof? Overleden na 1707. |
|
5. |
Jantje Hamming,
geboren circa 1635 te Veenhof, overleden 1691 te Roderwolde. |
IVc Willem Jans Hamming,
geboren circa 1605 te Bonnen, overleden voor 1676, zoon van
Johan
Hamming (zie
IIIb) en Lutgertje
Bronnigers.
Gehuwd voor de kerk 1642 te Gasselte met Aaltje
van Amen, gedoopt op 6-12-1617 te Gasselte, overleden op 29-11-1679 te
Gasselte, dochter van Jan van Amen en Gretha Heeminge?
Willem Hamming trouwt met zijn stiefzuster. Zijn moeder Lutgertien
Bronnigers is namelijk na de dood van haar eerste man hertrouwd met Johan
Hidding van Aemen.
Willem Hammingh ondertekende in 1630 de beroepingsbrief van Bernhardus
Fabricius.[59] In 1652 kopen "Pieter Hamminge en
Willem, sijn broeder" van de kerkgenoten te Gasselte een stuk land te
Gasselte.[60]
Op 18-6-1671 is er een lening van 600 gulden door Johan Paping en zijn vrouw
Johanna Aldershoff te Groningen lening van Willem Hamming en zijn vrouw Aeltien
Heming.[61] In 1672 wordt hij nog vermeld in
Gasselte met een vol erf. Op de lotting van 19-7-1679[62] wordt een verzoek ingediend door de
mombers over de minderjarige zoon van Willem Hamming inzake een contract,
waarin de beide dochters (van wie een met Jan Aling was gehuwd) Jan Aling
erkennen als degene die de boerderij over zou nemen.
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Grietje
Hamming, geboren
op 10-7-1642 te Gasselte, overleden op 9-10-1709 te Gasselte. |
|
2. |
Jan Hamming,
geboren circa 1644, overleden 1672 te Gassselte. |
|
3. |
Warmolt Bronniger Hamming,
gedoopt 3-1646 te Gasselte, overleden op 4-1-1674 te Gasselte. |
|
4. |
Jan Hamming,
geboren circa 1655, overleden circa 1718. |
|
5. |
Jantje Hamming,
gedoopt op 14-1-1655 te Gasselte. |
IVd Pieter Hamming, ette
Oostermoer 1647-1691, geboren circa 1617 te Bonnen, overleden op 13-3-1698 te
Gasselte, zoon van
Johan
Hamming
(zie IIIb) en Lutgertje
Bronnigers.
Gehuwd voor de kerk op 16-5-1641 te Gasselte met Margje
Hilbing, geboren circa 1612 te Gasselte, overleden op 3-1-1663 te Gasselte,
dochter van Johan Hilbing en Harmtje Hidding?
In 1657 is hij circa 40 jaar. Pieter Hamminck zal na het tweede huwelijk van
zijn moeder Lutchertien Bronniger met Jan van Aemen in 1628 mee naar Gasselte
zijn gegaan. Het is volkomen onduidelijk naar wie hij is vernoemd. In de
register van impost uit 1630[66]
op het gemaal wordt Pieter Hamminck niet vermeld, wel Jan van Aemen met 11
personen. Mogelijk woont hij dus bij zijn moeder en stiefvader, hoewel hij
volgens een andere bron uit 1630[67]
in een huisje van Thije Tebing woont. Verder bezit hij zelfstandig enige
stukken koeweide. Veel ouder is haast onmogelijk, aangezien hij eerst in 1698
overleed, dus ongeveer 93 jaar oud. Op 9-2-1652 koopt hij samen met zijn broer
Willem van de pastoor en kerkvoogden (te weten: Bernardus Fabricius, Jan
Willems, Harmen Brans, Johan Tebynge, Roelef Hilbinghe, Yan Alynge, Herman
Hilbinck, Arendt Alynge, Klaes Tebinge en Tye Tebinge) een stuk land te
Gasselte voor 47 daalders.[68]
In 1672 wordt Pieter te Gasselte aangeslagen voor een vol erf, evenals in
1691-1694.

Handtekening
Pieter Hamming[69]
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Grietje Bronniger Hamming,
gedoopt op 9-1-1642 te Gasselte. |
|
2. |
Lamme Hilbing Hamming,
gedoopt op 21-5-1643 te Gasselte. |
|
3. |
Dubbeltje Hamming,
geboren circa 1650 te Gasselte, overleden op 4-10-1677 te Gasselte. |
|
4. |
Frerikje Hamming,
geboren circa 1650 te Gasselte, overleden op 10-10-1707 te Gasselte. |
|
5. |
Jan
Hilbing Hamming,
gedoopt op 7-4-1656 te Gasselte (zie Vb). |
|
6. |
Jan Pieters Hamming,
geboren circa 1662, overleden op 2-9-1719 te Gasselte, begraven op 8-9-1719
te Gasselte. |
IVe Frerik Hamming, ette
Oostermoer 1664-1676, geboren circa 1620 te Veenhof, overleden 1693 te
Dwingelo, zoon van
Johan
Hamming
(zie IIIb) en Lutgertje
Bronnigers.
Gehuwd voor de kerk (1) circa 1640 met Jantje Hilbing, geboren circa 1605, dochter
van Johan Hilbing
en Harmtje
Hidding?
Zij is eerder getrouwd geweest met Jan Hamming.
Gehuwd voor de kerk (2) circa 1665 met Diegje
Bloemers, geboren ca 1640, overleden na 1707, dochter van Jan Bloemers en Geesje
Hoving.
Zij is eerder getrouwd geweest met Jan Talen
Santinge.
In het register van 1655 wordt Frerick Hamming genoemd als bewoner van een
erf te Bonnen (eigenlijk in de Veenhof), dat vroeger (d.i. rond 1645) eigendom
was van Jan Hamming. Hij bewoonde derhalve waarschijnlijk de voorouderlijke
boerderij. De omschrijving van de boerderij luidt aldus:
huis: 7 gebint 24 voet wijt
kamer: 4 gebint 20 voet wijt
schuur: 5 gebint 24 voet wijt
bakhuis: 4 gebint 16 voet wijt
rosmolen: 2 gebint 26 voeten wijt.
Het huis is gewaardeeld in de marke van Bonnen met 3/4 waar waardeel. Verder
bezat Frerick meerdere landerijen in de omgeving van Gieten, zoals een
boerderij te Bonnerveen, die in 1630 eigendom was van Heino en (jonge) Jan
Hamming en in 1641 van Jan alleen. In 1654 werd deze gebruikt door de meyer Reynder
Hendricks. Een derde boerderij te Bonnen werd in 1642 door Jan Sickinge, maar
in 1654 door Willem Sickinge meyerswijze gebruikt. Ook deze boerderij was bezit
van Frerick Hamming. Naast onroerend goed in het kerspel Gieten, had hij nog
enig land te Gasselte (in 1654).[80] Dit land is mogelijk
afkomstig van zijn moeders familie, immers uit Gasselte afkomstig. Gezien de
vele stukken grond en boerderijen in Gieten en omgeving die van Jan Hamming op
Frerick Hamming zijn overgegaan, zal hij een zoon van Jan Hamming zijn geweest.
In 1655 treedt hij op als assessor namens Bonnen/Bonnerveen.[81] In 1660 is hij getuige bij
de stoklegging van een akte te Gieten, waaruit blijkt dat hij daar als boer
woonachtig is.[82] In 1666 wordt hij, wederom
te Gieten, vermeld, overigens samen met Willem en Boele Hamming. Het
haardstedenregister van 1672 vermeldt hem nog als volle boer, woonachtig in de
Veenhof.
Uit het eerste huwelijk zal zoon Jan Frericx Hamming zijn geboren, die
omstreeks 1689 te Gasselte zijn eerste kind kreeg. Zijn tweede echtenote is
Degien Bloemers, de weduwe van Tale Bloemers, die in 1674 was overleden.
Waarschijnlijk is Frerick nog hetzelfde jaar met haar getrouwd, aangezien hij
in 1674 al als landdagcomparant voor het Dieverderdingspel opgetreedt (hoewel
hij als olde ette in 1675 zijn termijn voor Oostermoer uitzit). Hij vestigt
zich op de boerderij van Bloemers, waar twee kinderen worden geboren: Tale,
genoemd naar de eerste man van zijn moeder en Lutgertien.
Waarschijnlijk is Frerick Hamming met zijn vertrek naar Dwingeloo
uitgeboedeld van de Gieter bezittingen.[83] Toen in 1707 de erfgenamen
van Lutgertien Hamming (overl. 1669), de eerste vrouw van Harm Tebing een
proces voerden, werden de nakomelingen van Frerick Hamming niet vermeld, hoewel
nog wel in leven. Erfgenamen waren namelijk:
a. Aeltien Hamming, dochter van Heino Hamming in de Veenhof, 1/3 deel
b. Popke Datema en zijn zuster Jantien Datema, kinderen van Harmen Datema en
Jantien Hamming, elk voor 1/6 deel
c. Johanna Hamming, weduwe Hendrik van Essen, 1/3 deel.
Frericks jongere (?) broer Heino zal waarschijnlijk de voorouderlijke
boerderij in de Veenhof hebben overgenomen, aangezien de derde broer (Boele)
met een rijke weduwe was gehuwd en op die boerderij was gaan wonen.
Frerick werd in 1691 en 1692 nog genoemd in de Haardstederegisters van
Dwingeloo, terwijl in 1693 zijn stiefzoon Jan Bloemers op die plek werd
vermeld. Frerick zal derhalve in 1692/1693 zijn overleden.
Frericks weduwe leent in 1699 245 gulden aan Arent Dilling[84] Zij sterft (kort na?)
12-6-1707, als ze haar testament maakt.
Het is mogelijk, dat Diegje Bloemers niet een geboren Bloemers was, maar een
Santing. Immers, haar zoon Jan noemde zich bij zijn huwelijk in 1693 Jan Talen
Bloemers Santing. Zij zal Bloemers zijn genoemd, omdat zij enerzijds met een
Bloemers is getrouwd geweest en anderzijds zij op het Bloemers-erve bleef
wonen.[85]
Uit het tweede huwelijk:
|
1. |
Jan
Freriks Hamming,
geboren circa 1665 te Veenhof (zie Vc). |
|
2. |
Lutgertje Hamming, geboren circa 1675 te
Dwingelo, overleden op 27-8-1730 te Gasselte. |
|
3. |
Thale Hamming, geboren circa 1680 te
Dwingelo (zie Vd). |
|
Generatie
V |
Va Heino Hamming, geboren
circa 1630 te Veenhof, overleden op 14-2-1684 te Veenhof, zoon van
Jan Hamming (zie IVb) en
Jantje Hilbing.
Gehuwd voor de kerk (1) voor 1672 met Aaltje
Oldenbanning, geboren circa 1640, overleden voor 1672, dochter van Roelof? Oldenbanning.
Gehuwd voor de kerk (2) op 8-4-1672 te Gasselte met Grietje
Tebinge, gedoopt op 20-9-1646 te Gasselte, overleden voor 1674, dochter van
Claas Harms Tebinge,
eigenerfde Gasselte, en Wubbeltje Aling.
Gehuwd voor de kerk (3) op 26-4-1674 te Gasselte met Hilletje
Hidding, gedoopt 1630 te Gasselte, overleden voor 1679, dochter van Johan Hidding en Grietje
Leving.
Zij is weduwe van Arent Hilbing.
In 1676 wordt voor de Etstoel een accoord gevraagd voor het
huwelijkscontract tussen Heijno Hamming en zijn vrouw Hillegien Hidding.
Hierbij zijn tevens de mombers over de kinderen uit beide echtelieden eerdere
huwelijken present. Namens de beide kinderen van Heino Hamming bij Aeltje
Oldenbanning traden Boele Hamming, en de broers Lambert en Meerten Oldenbanning
op,[87] terwijl namens de kinderen
van Hylle Hidding bij wijlen Arent Hilbing Laurens Hidding als hoofdmomber en
Pieter Hamming, Harm Huising en Jan Hidding als medemombers optreden. Laurens
is een broer van Hylle en is tevens gehuwd met Arent Hilbing's zuster Grietien.
Jan Hidding is de grootvader van de kinderen, terwijl de beide anderen van de
zijde van de overleden Arent Hilbing zijn benoemd. Pieter Hamming is gehuwd met
Marchien Hilbing, de zuster van Arents vader Roelf. Harm Huising tenslotte is
gehuwd geweest met een nicht van Arent, te weten Lammechien Hilbing.
Uit het eerste huwelijk:
|
1. |
Jan
Hamming,
geboren circa 1665 te Veenhof (zie VIa). |
|
2. |
Aaltje Hamming, geboren circa 1670. |
Uit het derde
huwelijk:
|
3. |
Vb Jan Hilbing Hamming,
brouwer, biertapper, schulte Gasselternijveen 1685-1717, gedoopt op 7-4-1656 te
Gasselte, overleden op 27-12-1723 te Gasselte, begraven op 6-1-1724 te
Gasselte, zoon van Pieter
Hamming (zie IVd) en Margje Hilbing.
Gehuwd voor de kerk (1) op 4-5-1684 te Gasselte met Margje
Rosing, geboren circa 1650 te Valthe, overleden op 27-10-1696 te Gasselte,
dochter van Willem Rosing, ette Zuidenveld
1641-1687, en Marrigje? Nijenhuis.
Gehuwd voor de kerk (2) op 13-11-1698 te Gieten met Catrina
Huising, geboren voor 1666 te Gieten, overleden op 2-5-1719 te Gasselte,
dochter van Harm Huising, kerkvoogd te Gieten
1666, 1683; diaken 1681-1683, en Lammegien
Hilbing.
Jan Hamminck wordt op 17-3-1685 aangesteld door Ridderschap en Eigenerfden
aangesteld als schulte van Gasselternijveen. Hij was na Marisse Caspers de
tweede schulte van Gasseltemijveen. Op 16-3-1717 bedankte hij als schulte, maar
wordt op 24-3-1717 beëdigd als verwalter-schulte voor zijn minderjarige
zoon.[120]
Hij of zijn broer ondertekende in 1702 een verkoopakte als Jan Pieters
Hamminck[121],
waarmee zijn patroniem vaststaat. Jan Hammick leende in 1723 samen met zijn
zoon Hermannus Hamminck aan Hindrik Sikkens 600 gulden.[122]

Zegel Jan Hamming[123]
Uit het eerste huwelijk:
|
1. |
Jan Hamming,
gedoopt op 3-9-1686 te Gasselte (zie VIb). |
|
2. |
Grietje Hamming,
geboren circa 1688 te Gasselte, overleden op 27-8-1688 te Gasselte. |
Uit het tweede
huwelijk:
|
3. |
Margje Hamming,
gedoopt op 6-8-1699 te Gasselte, overleden op 20-8-1699 te Gasselte. |
|
4. |
Harmannus Hamming,
geboren circa 1701 te Gasselte (zie VIc). |
Vc Jan Freriks Hamming,
geboren circa 1665 te Veenhof, overleden op 25-8-1707 te Gasselte, begraven op
1-9-1707 te Gasselte, zoon van
Frerik
Hamming (zie IVe) en Diegje Bloemers.
Gehuwd op 28-10-1687 te Diever (h.c.) met Jantje
Aalderts Nijsing, geboren circa 1660 te Diever, begraven op 7-9-1738 te
Gasselte, dochter van Aaldert Jans Nijsing
en Annigje Peling.
Getuigen
h.c. (RAG toegang 565 no 22)
Zijn kant: Frerik Hamming, vader; Arent Hamming, halfbroer; Jan Bloemers,
neef
Haar kant: Annigje Peling, moeder; Klaas Jans Nijsing, oom; Egbert Jans,
oom; Geert Aelderts Nijsing, oom.
In de haardstedenregisters van 1691 - 1694 wordt hij vermeld met een kwart
erf, dus een aanslag van 1 gulden, in 1695 voor twee gulden.
Hij beloofde op zijn doodsbed een bedrag van 50 gulden aan de armen van
Gasselte te schenken.[124]
Zijn weduwe betaalde die pas jaren later. Jaren na zijn dood - in 1736 -
procedeert Jantien Aelders, weduwe Hamming te Gasselte tegen Bouwe Wybes te
Gasseltemijveen.[125]
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Jantje Hamming, geboren 9-1689 te
Gasselte, overleden op 10-9-1689 te Gasselte. |
|
2. |
Alert Hamming, geboren circa 1690 te
Gasselte, overleden op 14-2-1693 te Gasselte. |
|
3. |
Jantje Hamming, gedoopt op 3-9-1693 te
Gasselte, overleden op 29-2-1724 te Gasselte, begraven op 14-3-1724. |
Vd Thale Hamming, geboren
circa 1680 te Dwingelo, zoon van
Frerik Hamming (zie IVe) en
Diegje
Bloemers.
Ondertrouwd op 28-10-1703 te Dwingeloo, gehuwd voor de kerk op 11-11-1703 te
Noordlaren met Aafje Abbring, gedoopt op
16-10-1681 te Noordlaren, dochter van Luitje
Abbring en Sophia Hidding.
Thale werd genoemd naar de eerste man van zijn moeder, Tale Bloemers. Hij
erfde namens zijn vrouw in 1718 van Willempien Abbering, een zuster van zijn
vrouw (OSA 1785, blz. 1830).
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Lucas
Hamming,
geboren te De Punt (zie VId). |
|
2. |
Frerik Hamming, geboren te De Punt,
gedoopt op 5-8-1708 te Noordlaren. |
|
3. |
Sophia Hamming,
gedoopt op 14-8-1712 te Noordlaren, overleden voor 1743. |
|
Generatie
VI |
VIa Jan Hamming, geboren
circa 1665 te Veenhof, overleden circa 1703, zoon van Heino
Hamming
(zie Va) en Aaltje
Oldenbanning.
Gehuwd voor de kerk (1) op 24-5-1691 te Gasselte met Heile
Hidding, gedoopt op 10-1-1659 te Gasselte, overleden op 27-1-1692 te
Veenhof, dochter van Laurens Hidding en Grietje
Hilbing.
Gehuwd voor de kerk (2) op 19-5-1693 te Gasselte met Frederika
Alinge Meijering, gedoopt op 11-11-1668 te Gasselte, overleden op
18-10-1733 te Veenhof, begraven op 23-10-1733 te Gieten, dochter van Jan Meijering, brouwer en tapper, en Jantje Tebinge.
Zij hertrouwt met Otto Buiting.
Hij wordt genoemd in de haardstedenregisters op de Veenhof in 1693 als vol
boer en met paardehandel, in 1693 Veenhof als vol boer en in 1694 als
driepaardsboer.
Jan Hamming bewoont het voorouderlijk erf (zeker de vijfde generatie) te De
Veenhof. Hij was de laatste mannelijke Hamming, die dit erf bewoonde. Hij is
overleden tussen 26-5-1702 en 27-5-1703. Zijn weduwe hertrouwt na 1705 met Otto
Buiting, zoon van Jan Buiting, woonachtig op het erf ernaast. Jan Buiting is in
1697 vanuit Buinen naar De Veenhof gekomen. Overigens is Jan
Buiting een oomzegger van Willem Hamming in De Veenhof.
Uit het eerste huwelijk:
|
1. |
N.N.
Hamming, geboren 1-1692 te
Gasselte, overleden 2-1692 te Gasselte. |
VIb Jan Hamming,
gedoopt op 3-9-1686 te Gasselte, overleden voor 1724 te Groningen? Zoon van
Jan Hilbing Hamming (zie Vb) en
Margje
Rosing.
Gehuwd op 24-2-1708 te Groningen met Marchien
Cleyns, gedoopt op 4-3-1685 te Groningen (Geltingestraat), overleden na
1734, dochter van Berent Jansen Cleyns,
Olderman, en Margje Luitjens.
Inschrijving universiteit van Groningen 11-9-1704: Joannes Hamming, Gasselta
Drenthinus, Jur.
Op 24-2-1708 wordt er te Groningen een huwelijkscontract opgemaakt tussen
Jan Hamming en Marchien Klein. Jan is een zoon van schulte Jan Hamming en
Trijntien Huising (=eigenlijk stiefmoeder), met als voormond en voogden Roelof
Nijens, Arent Dillink en Jan Hammingh. De eerste zal verwant zijn aan Marchien
Rosing. De laatste twee zijn Hamming-verwanten: een aangehuwde oom en een oom.
Marchien is een dochter van wijlen de olderman Berent Kleyn en Margien
Luitiens. Getuigen zijn haar broer Arent Kleyn en oom Lucas Heeres.
In 1724 procedeert Margien Kleins, weduwe van Jan Hamminck tegen de voogden
van haar drie nog levende kinderen: Tale Hamminck, voormond; schulte Harmannus
Hamminck.[130]
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Marichje
Hamming, geboren te Groningen
(Geltingestraat), gedoopt op 7-5-1709 te Groningen, overleden voor 1711 te
Groningen. |
|
2. |
Margje
Hamming, geboren te Groningen
(Geltingestr), gedoopt op 6-3-1711 te Groningen. |
|
3. |
Peter
Hamming,
gedoopt op 4-6-1713 te Groningen (zie VIIa). |
|
4. |
Jan
Hamming, geboren te Groningen
(Zuiderdiep), gedoopt op 27-3-1716 te Groningen. |
|
5. |
Anna
Hamming, geboren te Groningen
(Geltingestr), gedoopt op 26-8-1718 te Groningen, overleden voor 1724 te
Groningen. |
|
6. |
Berent
Hamming, gedoopt op 29-11-1720 te
Groningen, overleden voor 1724 te Groningen. |
VIc Harmannus Hamming,
schulte Gasselternijveen 1717-1730, geboren circa 1701 te Gasselte, overleden
op 18-1-1730 te Gasselte, begraven op 31-1-1730 te Gasselte, zoon van
Jan Hilbing Hamming (zie Vb) en
Catrina
Huising.
Gehuwd voor de kerk op 8-6-1721 te Gasselte met Maria
Huising, geboren circa 1690 te Wachtum, overleden op 4-6-1740 te Gasselte,
begraven op 16-6-1740 te Gasselte, dochter van Jan
Huising, ette Zuidenveld 1681-1696; solliciteur, en Jantje Huising.
Zij hertrouwt met Tjitse Wittinck.
Harmannus Hamminck wordt in 1717 opvolger van zijn vader Jan Hamminck als
schulte van Gasselternijveen. Hij was echter nog minderjarig, zodat Jan
Hamminck eerst nog als verwalter (plaatsvervanger) aanblijft. Na Harmannus'
meerderjarigheid in 1721 wordt hij zelfstandig schulte. Hij sterft echter al in
1730. Zijn weduwe hertrouwt met Tjitse Wittinck, die van 1733-1749 als
verwalter-schulte optreedt voor zijn stiefzoon Jan Hamminck.
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Catharina Hamming,
gedoopt op 19-4-1722 te Gasselte. |
|
2. |
Jan Huisink Hamming,
schulte Gasselternijveen 1730-1749 (minderjarig); 1749-1759, gedoopt op
17-4-1727 te Gasselte, overleden 1759 te Gasselte. |
VId Lucas Hamming,
geboren te De Punt, gedoopt op 14-9-1704 te Noordlaren, overleden na 1750, zoon
van Thale Hamming (zie Vd) en
Aafje Abbring.
Gehuwd voor de kerk op 16-7-1741 te Noordlaren met Jantje
Cluiving, gedoopt op 7-3-1717 te Noordlaren, dochter van Reiner Cluvingh en Grietje
Leving.
In 1745 eisen Lucas Hamming en Frerik Hamming, kinderen van wijlen Thale
Hamming, 2/11 deel van de nalatenschap van Jantien Talen Bloemers, een
halfzuster van hun vader. Jantien Talens Bloemers was kort daarvoor in
Dwingeloo ten huize van Thale en Pieter Bloemers overleden, en zij waren het
tegen wie het proces gericht was. Beide partijen zijn kleinkinderen van Degien
Bloemers, waardoor duidelijk wordt, dat Degien Bloemers eerder gehuwd is
geweest en wel met een Tale Bloemers. Van belang in het geschil was haar
testament uit 1707, waarin zij haar zoon Jan Bloemers het recht had gegeven
alle andere erfgenamen af te kopen. Uiteindelijk krijgen de broers Hamminck wel
gelijk en zijn ze gerechtigd in de boedel van hun tante voor 2/11 deel. Voor
Thale Hidding, het zoontje van Hendrik Hidding en Sophia Hamming is geen deel
weggelegd. Lucas Hamming procedeert namelijk als hoofdmomber van zijn neefje
tegen Lourens, Jan en Willem Hidding en Roelof Hilbing namens Degien Hidding,
die (volgens Lucas Hamming) voor 4/11 deel gerechtigd waren in de boedel van
Jantien Talen Bloemers. Thale Hidding zou voor 1/12 gerechtigd zijn in deze
boedel van zijn "halve moey". De Etstoel besliste echter, dat dit
ongefundeerd is.
Bij de ondertekening van het huwelijk tussen zijn broer Frerick en Arendina
Hoenderken in 1761 worden als mombers over Lucas' kinderen genoemd: Frerick
Hamminck als hoofdmomber, Otto Cluiving, sibbevoogd en Roelof Hilbinck als
vreemde voogd.
Uit dit huwelijk:
|
1. |
Trijntje
Hamming, geboren circa 1742 te De
Punt. |
|
2. |
Thale
Hamming,
geboren op 16-5-1742 te De Punt (zie VIIb). |
|
3. |
Aafje
Hamming, geboren circa 1745 te De
Punt. |
|
4. |
Grietje Hamming,
geboren te Glimmen, gedoopt op 24-2-1745 te Noordlaren, overleden op
29-8-1820 te Haren. |
|
Generatie
VII |
VIIa Peter Hamming,
gedoopt op 4-6-1713 te Groningen, overleden 1775 te Groningen, zoon van Jan Hamming (zie VIb) en Marchien
Cleyns.
Gehuwd voor de kerk op 4-7-1738 te Wildervank met Renske
Christina Kleinhout, geboren circa 1710 te Leeuwarden.
In 1733 woont Peter Hamminck te Gasselte, als hij tot de Etstoel een verzoek
richt om, hoewel hij op dat moment slechts 21 jaar was, meerderjarig verklaard
te worden, aangezien zijn voogden buiten de landschap wonen. Dit werd hem door
de Etstoel ook toegestaan.[132]
Een jaar later - op 22-6-1734 - procedeert Marchien Kleins te Groningen, weduwe
van Jan Hamminck, samen met de gesworen Aling te Groningen als resp. moeder en
hoofdmomber over Peter Hamminck, tegen Renscke Kleinholts op de Nijentap bij De
Leek onder Roden. Deze laatste heeft namelijk trouwbeloften gegeven, maar na de
proclamaties heeft Renscke de trouwbeloften gebroken. De moeder van Pieter eist
nakoming van die beloften. Sibbevoogd van Pieter is Lucas Hamming. De Etstoel
verklaart de eis gefundeerd en het huwelijk moet worden gesloten.[133]
Het zou echter tot 1738 duren voordat het huwelijk ook daadwerkelijk wordt
gesloten te Wildevank. Eind 1734 vraagt Pieter toestemming om door verkoop van
enige vaste goederen in Drenthe voldoende kapitaal te verwerven om zich als
koopman te kunnen vestigen. De goederen heeft hij mandelig met zijn zwager
Arent Aysingh, de man van zijn zuster Marchien. Het verzoek wordt ingewilligd.
Twee jaar later schrijft hij zich in als student te Franeker: Pieter Hamminck,
Drentinus. In het begin van de jaren veertig van de achttiende eeuw woont
Pieter, inmiddels gehuwd met Renscke Christina Kleinhout, te Wildervank, waar
ook zijn zuster woont. Drie kinderen worden aldaar geboren en allen worden ze
te Groningen gedoopt, waar hun vader het grootburgerschap heeft. In 1747 verkoopt
hij samen met zijn zwager een stuk land onder Gasselte, genaamd de Borgakker,
aan Lammina Huising, weduwe van Timen Oldenhuis.[134]
In datzelfde jaar verkopen ze eveneens gezamenlijk goederen aan Frerik Hidding
en zijn volle broeders.[135]
In 1752 kopen Pieter Hamminck en Renske Christina Kleinhout het landgoed
Vredeveen te Nietap van de weduwe van Willem Bavius voor het bedrag van 5.110
Carolusgulden.[136]
De advertentie in de Groninger Courant van 4-8-1750, omschrijft het als volgt:
"een plaisante en wel beleegene Buytenplaats, met deszelfs Moderne
Behuyzinge, Schuure, Stallinge voor 8 paarden, 30 a 40 Koe Beesten (...), alles
voor korte Jaaren uyt de grond getimmerd en aangelegt". Hiernaast rust op
het huis tevens het recht van de jacht. Vermoedelijk bewonen Pieter en Renscke
het huis niet, maar verhuren ze het. In 1775 sterft Pieter Hamminck en wordt
zijn weduwe erfgenaam van zijn goederen. Blijkbaar zijn alle kinderen inmiddels
gestorven. Zij weigert wegens de enorme schuldenlast echter de erfenis. In 1778
verkoopt ze desondanks het huis met het landgoed aan de uit Breda afkomstige
luitenant Jan Otto Fredzes en diens echtgenote Anna Maria van der Horst voor 9.000
gulden. In 1780 wordt hierover de 40e penning betaald. Fredzes verkocht het
pand in 1781 reeds door. In 1761 heeft Pieter Hamminck eveneens het huis
Thedema te Nietap gekocht. De vorige eigenaars waren de erven van Onno van
Ewsum. Voor 1772 heeft hij het landgoed echter al weer verkocht.
Uit dit huwelijk:
VIIb Thale Hamming,
geboren op 16-5-1742 te De Punt, gedoopt op 20-5-1742 te Noordlaren, zoon van Lucas Hamming (zie VId) en Jantje Cluiving.
Ondertrouwd op 27-5-1775 te Gasselte, gehuwd voor de kerk op 22-6-1775 te
Noordlaren met Lutgertje Hilbing, gedoopt
op 15-10-1752 te Gasselte, dochter van Roelof
Hilbing en Dieghien Bloemers Hidding.
Het huwelijkscontract tussen Tale Hammink en Lutgertien Hilbing
wordtgesloten op 26-5-1775 te Gasselte.[137] Getuigen aan bruidegomszijde zijn: Otto Hoenderken, zwager; Grietien
Hammink, zuster; Otto Cluiving, oom; Harmannus Meyer, aangehuwde oom; Baarlina
Meyers, geboren Cluving, tante; gesworen Tale Hidding, neef. Van bruidszijde tekenen haar
vader Roelof Hilbing (mede namens zijn minderjarige zoon Jan), haar broers
Arent en Roelof en haar ooms Jan en Harm Hilbing.
Uit dit huwelijk:
[1] Goorspraken 1572-1577 pg. 111 d.d. 15-3-1574
[2] GrA RA III a pg. 839 d.d. 25-5-1576
[3] Goorspraken 1572-1577 pg. 183 d.d. 27-11-1574
[4] Archief Mensinge inv. no. 1464
[5] Goorspraken 1583-1589 pg. 84 d.d. 17-7-1587
[6] OSA 621
[7] Archief Mensinge inv. no. 1464
[8] Heringa, Willekeuren uit oudere uitgaven verzameld, pg. 26
[9] Goorspraken 1577-1579 pg. 50 d.d. 5-8-1578
[10] Goorspraken 1572-1577 pg. 111 d.d. 15-3-1574
[11] Goorspraken 1572-1577 pg. 87 d.d. 15-4-1573
[12] Goorspraken 1572-1577 pg. 107 d.d. 5-3-1574
[13] Goorspraken 1577-1579 pg. 54 d.d. 5-8-1578
[14] Etstoel 14 deel 3 folio 238 d.d. 28-8-1615
[15] Etstoel 14 deel 7 folio 152 d.d. 13-4-1629
[16] Etstoel 14 deel 6 folio 146 d.d. 11-6-1638
[17] Ons Waardeel 1996, H.J. Versfelt, Plunderingen in de Veenhof. Boer Hamminge en de Tachtigjarige oorlog, pg. 10-13
[18] OSA 841
[19] Archief Mensinge inv. no. 1365
[20] Archief Mensinge inv. no. 1467
[21] Archief Mensinge inv. no. 1468
[22] Archief Mensinge inv. no. 1445
[23] NH Archief Gasselte 1662
[24] Archief Mensinge inv. no. 986
[25] Etstoel 14 deel 9 folio 36 d.d. 27-10-1634
[26] Etstoel 14 deel 13 folio 167 d.d. 24-11-1647
[27] Voogdijaanstellingen in de stad Groningen, H.J.E. Hartog, pg. 17
[28] Etstoel 14 deel 10 folio 58 d.d. 9-10-1637
[29] OSA 621
[30] Etstoel 14 deel 54 folio 218 d.d. 29-11-1763
[31] Etstoel 14 deel 22 folio 489 d.d.21-11-1676
[32] Etstoel 14 deel 15 folio 75 d.d. 10-11-1652
[33] Etstoel 14 deel 15 folio 238 d.d. 25-08-1652
[34] OSA 841
[35] OSA 845 folio 301
[36] Leenprotocollen Overijssel OD3 folio 104v
[37] OSA 845
[38] Drentse rechtsbronnen, pg. 65
[39] Archief Mensinge inv. no. 1447
[40] GrA Gerecht Selwerd, inv. no. 120 d.d. 17-11-1676
[41] Etstoel 14 deel 15 folio 362 d.d. 19-6-1654
[42] A. Pathuis Groninger Gedenkwaardigheden (Assen/Amsterdam 1977), nr. 4657
[43] OSA 1785 389
[44] Archief Mensinge inv. no. 986
[45] Etstoel 14 deel 8 folio 276 d.d. 24-6-1633
[46] Etstoel 14 deel 16 folio 373 d.d. 25-11-1657
[47] Etstoel 14 deel 17 folio 244 d.d. 2-11-1659
[48] Etstoel 14 deel 17 folio 245 d.d. 2-11-1659
[49] Etstoel 14 deel 20 folio 94 d.d. 14-6-1665
[50] Archief Mensinge inv. no. 984
[51] familiearchief Mulder
[52] Archief Mensinge inv. no. 984
[53] Archief Mensinge inv. no. 989
[54] Archief Mensinge inv. no. 985
[55] Archief Mensinge inv. no. 995
[56] OSA 1785 pg. 387 d.d. 14-4-1691
[57] Etstoel 14 deel 38 folio 384 d.d. 30-6-1711
[58] Etstoel 14 deel 37 folio 340, 359, 413 en 435
[59] NH Gemeente Gasselte inv. no. 54
[60] NH Gemeente Gasselte inv. no. 73
[61] Schultenprotocol 264 deel 1 folio 29 d.d. 18-6-1671
[62] Etstoel 14 deel 24 folio 14 d.d. 19-7-1679
[63] OSA 1785 pg. 1987 d.d. 10-12-1720
[64] OSA 1785 pg. 1987 d.d. 10-12-1720
[65] Etstoel 14 deel 28 folio 39 d.d. 7-6-1687
[66] OSA 841
[67] OSA 841
[68] NH Gemeente Gasselte, inv.no. 73
[69] NH Archief Gasselte 1662
[70] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 63 d.d. 29-7-1692
[71] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 59 d.d. 1-5-1695
[72] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 61 d.d. 1699
[73] Schultenprocotol 312 deel 1 folio 68 d.d. 23-11-1720
[74] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 66 d.d. 1721 registratie 3-12-1731
[75] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 65 d.d. 29-11-1731
[76] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 64 d.d. 25-7-1731
[77] OSA 1785
[78] Etstoel 14 deel 25 folio 386 d.d. 7-11-1682
[79] OSA 1785
[80] OSA 845
[81] OSA 845 folio 203
[82] Archief Mensinge inv. no. 1477
[83] Dat de Frerick uit Gieten identiek is aan de Frerick uit Dwingeloo is te bewijzen via de handtekeningen onder Mensinge 1477 en Batinge 113
[84] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 61 d.d. 1699
[85] CBG jaarboek 1972, Pol/Siertsema, pg.129-145, ad tak A-IVa
[86] Etstoel 14 deel 39 folio 49 d.d. 21-11-1713
[87] Etstoel 14 deel 22 folio 488 d.d. 21-11-1676
[88] Etstoel 14 deel 22 folio 488 d.d. 21-11-1676
[89] Etstoel 14 deel 37 folio 340 d.d. 21-6-1707
[90] Etstoel 14 deel 25 folio 24 d.d. 8-11-1681
[91] Etstoel 14 deel 26 folio154 d.d. 13-11-1683
[92] Etstoel 14 deel 26 folio 269 d.d. 17-6-1684
[93] Etstoel 14 deel 26 folio 354 d.d. 11-11-1684
[94] Etstoel 14 deel 27 folio 251 d.d. 8-6-1686
[95] Etstoel 14 deel 27 folio 106 d.d. 17-11-1685
[96] Etstoel 14 deel 29 folio 246 d.d. 9-10-1690
[97] Etstoel 14 deel 29 folio 381 d.d. 9-6-1691
[98] Etstoel 14 deel 29 folio 286 d.d. 19-10-1690
[99] Etstoel 14 deel 29 folio 379 d.d. 9-6-1691
[100] Etstoel 14 deel 31 folio 68v d.d. 4-6-1695
[101] Etstoel 14 deel 33 folio 160 d.d. 22-11-1698
[102] Etstoel 14 deel 33 folio 305 d.d. 6-6-1699
[103] Etstoel 14 deel 33 folio 308 d.d. 6-6-1699
[104] Etstoel 14 deel 36 folio 91 d.d. 26-6-1703
[105] Etstoel 14 deel 36 folio 189 d.d. 27-11-1703
[106] Etstoel 14 deel 36 folio 395 d.d. 18-11-1704
[107] Etstoel 14 deel 37 folio 240 d.d. 21-6-1707
[108] Etstoel 14 deel 38 folio 32 d.d. 12-12-1710
[109] Etstoel 14 deel 38 folio 384 d.d. 30-6-1711
[110] Etstoel 14 deel 38 folio 444 d.d. 8-12-1711
[111] Etstoel 14 deel 39 folio 97v d.d. 19-6-1714
[112] Etstoel 14 deel 39 folio 121 d.d. 6-11-1714
[113] Archief Mensinge
[114] Etstoel 14 deel 39 folio 122 d.d. 6-11-1714
[115] Etstoel 14 deel 40 folio 36 d.d. 1-12-1716
[116] Etstoel 14 dee. 40 folio 85v d.d. 22-6-1717
[117] Etstoel 14 deel 40 foli 142 d.d. 19-7-1718
[118] Etstoel 14 deel 43 folio 3 d.d. 24-6-1727
[119] Etstoel 14 deel 44 folio 97v d.d. 23-6-1733
[120] Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1902, Iets over het schultambt in Drenthe en de schulten van 1600-1795, pg. 129
[121] Familie Archief Veltman inv. no. 21
[122] Schultenprotocol 312 deel 1 folio 22 d.d. 12-7-1723
[123] Drents Genealogisch Jaarboek 2001
[124] NH Gemeente Gasselte inv. no. 16 folio 272
[125] Etstoel 14 deel 45 folio 27 d.d. 12-6-1736
[126] GA toegang 565 Archief Aringe etc. inv. no. 23
[127] Toegang 592 Archief Wiering inv. no. 9 d.d. 29-7-1732
[128] Familiearchief Hoenderken inv. nr. 10
[129] OSA 1785 pg. 3821 d.d. 14-12-1745
[130] GrA III ij
[131] OSA 1785
[132] Etstoel 14 deel 44 folio 121v
[133] Etstoel 14 deel 44 folio 174v
[134] Archief Mensinge inv. no. 1450
[135] Archief Veltman nummer onbekend
[136] Schultenprotocol 234 deel 1 folio 118
[137] Familiearchief Hoenderken inv. no. 64