drent2.gif (4653 bytes)home.gif (4432 bytes)Genealogie HAMMING (2)

laatste update: 4-2-2012


Voor deze genealogie zijn o.a. de volgende bronnen gebruikt:

Het Geslacht Hamming, door I. Hamming, Groningen, 1961

Naar: Inleiding Hamming

Naar: Genealogie Hamming (1)

Naar: Genealogie Hamming (3)


 

Generatie I


 
I    Willem Hamming, geboren voor 1590 te Gasselte?
Kinderen:

   1. 

Jantje Hamming, geboren circa 1610, overleden op 1-11-1658 te Gasselte.
Gehuwd voor de kerk circa 1628 te Gasselte met Jan Willems, geboren circa 1610 te Gasselte, overleden op 8-10-1662 te Gasselte, zoon van Willem Schoenmaker en Aedelheit Schoenmaker.
Hij woonde op de soltstede van Olde en Nijemeiering te Gasselte.
[1]
Op 26-9-1636 heeft Jan Willems te Gasselte een geschil met Jan van Amen. Het bebetreft de Meijeringe soltstede te Gasselte en hof en annexen, die volgens de eiser aan hem verkocht zijn door de verweerder. De citatie is echter niet correct.
[2] Op 17-6-1640 heeft Jan Willems een geschil met Grete Alberts over land.[3] Op 8-12-1640 heeft Jan Willems te Gasselte opnieuw een geschil over land, nu met Griete Hachtinge. De eiser wil ontruiming van een stuk land, dat hem tot olde en nije Meijeringe toegescheiden is. Volgens verweerder heeft zij het al 30 jaar in gebruik. De eiser krijgt gelijk.[4] Mogelijk is Grete Hachting hier identiek met Grete Alberts in de vorige zaak.
Op 10-10-1652 heeft Jan Willems te Gasselte een geschil met Willem Harmens op Anner verlaat als borg voor Luitjen Siabbes, schuitenschuiver binnen Groningen. De eiser wil betaling van 35 daalders 15 stuivers die de eiser nog te goed heeft van Siabbe Luijtjens, de zoon van Luitjen Siabbes wegens geleverde turf.
[5]
UIt de rechtszaken van Drenthe en de Stad blijkt dat Johan Willems nogal eens kwesties heeft gehad. Soms treedt hij op als eiser wegens geleverde turf of zwijnen, soms is hij gedaagde. Hij treeedt in 1642 op als prijsoer 9taxateur) voor de grondschatting. Zelf wordt hij aangeslagen voor een kleine boerderij. Tot 1644 heeft hij de bieraccijns gepachtin het Rolder Dingspil. Zijn opvolger beschuldigt hem van knoeierij met de herbergiers ten nadele van de aanklager. In 1646 heeft hij nog een pachtschuld van 2500 gulden die geldeidelijk aan wordt afbetaald. Op 27-10-1660 blijkt hij een schuld te hebben van 140 daaler en nog 88 gulden aan de erfgenamen van Aaltien Allers, de huisvrouw van Jacob Hamming. Deze erfgenamen laten nu belsag leggen op paarden en wagen en de rogge, welke goederen zich in de Stad bevinden. De schoonzoon Helprich Hovingh verzet zich tegen deze inbeslagname, daar hij het bedrijf van zijn schoonvader heeft overgenomen.
Op 2-11-1659 is Jan Willems te Gasselte eiser tegen Jan Aelinge en Albert Aelinge te Drouwen. De eiser heeft panding gedaan op de goederen van wijlen Frerijck Aelinge te Elp, door de verweerders als erfgenamen in bezit ter waarde van 85 gulden wegens enige zwijnen door de eiser aan Willem Aelinge verkocht, voor wie Frerick Aelinge zich als borg had ingelaten. Volgens de verweerder is de procedure informeel.
[6]
Op 30-5-1662 treedt Jan Willems in een geschil op voor de ingezetenen van Gasselte.

   2. 

Arent Willems Hamming, geboren circa 1610 te Gasselte (zie IIa).

   3. 

Willem Willems Hamming, slager, geboren voor 1612, overleden op 11-8-1673 te Groningen.
Ondertrouwd (1) op 2-4-1631 te Groningen, gehuwd voor de kerk op 24-4-1631 te Groningen met Lubbechien Jacobs, geboren circa 1605.
Ondertrouwd (2) op 15-9-1649 te Groningen, gehuwd voor de kerk op 10-10-1649 te Groningen met Fennetyen Harms, dochter van Harm Frericks Wantscheer en Assele Crans.
Zij is eerder getrouwd geweest met Geert Hindriks Pott.
In 1629/1630 laat Willem Hammicnk, knockenhouwer zich inschrijven als burger van de stad Groningen. Als knockenhouwer of slachter woont hij in de Guldenstraat. Hij bezit daar tezamen met de kinderen van Hendrick Flugge de helft van een behuizing met de halve kelder er onder en koopt op 8-8-1648 de andere helft. Tevoren was Hendrick Flugge daar knockenhouwer want op 19-5-1629 hebben Hindrik Vlugge knockenhouwer en Lubbetien echteluiden in de gulden strate iemand geld geleend. Lubbetien Jacobs leeft nog op 19-7-1637, op welke dtum Willem Hamminck en Lubbetien, echtelieden in de Guldenstraat, een lening van 400 daalder overdragen. Op 29-1-1648 blijkt zij reeds gestorven.
De eerste man van Fennetien Harmens, Gerrijt Hindriks Pott heeft zich in 1647 als kremer laten inschrijven. Geert Hindriks en Fennetien blijken echter al op 30-4-1629 echtelieden te zijn. Hij stamt uit het huis, De Golden Pot genaamd, in de Steentilstraat.
Als lidmaten wordt aangenomen op maart 1643 Willem Hamming, slachter in de Guldenstraat.
In 1650 worden zij beboekt als huurders van Provincieland. Dat is land van de voormalige kloosters, dat na de Kerkhervorming in bezit van de Provincie is geraakt. IN het register staat op 1632: Stads Hamrik Selwert: Jan Mensink en Willem Hammink gebr. te samen 19 gr. bij Noorder Hoger Brugge. Op 1650: Jan Mensing en Willem Hammink en Fennetje. In 1673 Willem Hammink en Trijntiemet Secret. Meinardi en Elligjen. Jan Mensing met Teuntie en Willem Hammik en Fennigje kopen in 1650 nog de beklemming van 19 gr. land bij de Noorderhogebruik onder Zuidwolde.
In 1666 wordt Willem Hamming in het Groot-burgerboek ingeschreven als Hopman Willem Hamming. In 1661 wordt hij vaandrich genoemd, in 1665 lieutenant en in 1666 hopman.
Bij het huwelijk met Lubbechien Jacobs compareert voor haar Harmen Tepens.
Bij het huwelijk met Fennetje Harms compareert voor hem Jacob Willems Hamming als broer en voor haar Tamme Hindriks als zwager.
Blijkens aantekening in het Regerinsboek is hij op 11-8-1673 gestorven. Zijn vrouw leeft dan nog want de huur van het provincielend wordt betaald door Hopman Willem Hamming weduwe Fennetien. Lang heeft zij hem niet overleefd, want op 3-2-1674 vindt er een boedelscheiding plaats tussen Joannis Meinardi nomine uxoris ter ener, en Willem Hamminck, Luitien Alinge, weduwe van Albert Alinge voor haar zelf en haar kinderen, Jan Meijerinck mede voor zich zelf, mr. Jan Wedde en Tije Luitiens als voormond en voogd over wijlen Simon van der Laans minderjarige kinderen bij mw. Adriana Hamminck verwekt en Helprich Hovinge als volmacht van zijn minderjarige kinderen ter andere zijde, als gezamenlijke erfgenamen van wijlen Hopman Willem Hamming en Fennetien Harmens.

   4. 

Jacob Willems Hamming, geboren circa 1614 te Gasselte, overleden voor 1674 te Groningen.
Ondertrouwd op 4-6-1631 te Groningen, gehuwd voor de kerk op 26-6-1631 te Groningen met Aaltje Allers, overleden voor 1660 te Groningen.
Bij de ondertrouw compareert voor haar Hindrik Allers korfmaker als broer. Zij is weduwe van Cornelis Popkens.
In 1654 laat hij zich inschrijven als burger van Groningen. Hij is van beroep schuitenschuiver. In een geding van 14-12-1663 treedt hij op namens het Schutenshcipper Gilde, dat is gedaagd tot medeherstel van een dijk bij een verlaat in Drenthe, welke dijk mede door hun schudld zou zijn doorgebrken.
Op 21-4-1668 verkopen Jacob Hamminck binnen Groningen en Jan Alberts Carst te Annen "sekere karre varende in Stadtswerck" voor 55 gulden.Behalve turfschipper is hij blijkbaar ook nog zoiets als voerman in dienst van de stad. Op 11-10-1670 treedt Jacob Hamming nog op als Olderman. Bij de boedelscheiding van zijn broer Willem op 3-2-1674 leeft hij blijkbaar niet meer want hij wordt niet bij de erfgenamen genoemd.

   5. 

Luityen Hamming, geboren circa 1615 (zie IIb).

 

Generatie II


 
IIa    Arent Willems Hamming, slager, geboren circa 1610 te Gasselte, overleden voor 1668 te Groningen, zoon van
Willem Hamming (zie I).
Ondertrouwd op 26-4-1634 te Groningen, gehuwd voor de kerk op 17-5-1634 te Groningen met Jantien Michels, geboren circa 1610, overleden voor 1672 te Groningen, dochter van Michel Jacobs en Annechien N.N.
Op 1-11-1633 laat hij zich inschrijven als burger van Groningen. Hij woont ten noorden van de A-kerk op de hoeke van de Lamme Huiningestraat (tegenwoordig de A-kerkstraat).
Bij de ondertrouw compareert voor Jantje Michels haar broer Willem Michiels.
In 1627 wordt Jantien Michaels bij de Wage als lidmaat aangenomen. In oktober 1663 en in januari 1664 verkopen de Olderman Arent Hammink en Jantien Michels bij de A-kerk enkele kamers in de Lamme Huiningestraat.
Op 8-5-1665 treedt hij op als voormond; op t february 1668 wordt Arent Hamminx wed. genoemd. Voor 16-1-1672 zijn beiden gestorven, want dan zweert Hopman Willem Hamming voor de boedelscheiding aan als voormond voor de kinderen van Simon Gerrits Ariaentje.
Van een broer van Jantien Michels, genaamd Luichien Michels van Dalen, en zijn huisvrouw Jantien Lamberts Epping is een testament bewaard gebleven van 12-2-1690. Na de dood van hun dochter Lubbina, gehouwd met Hindrik Wijtsens moet haar nalatenschap worden verdeeld onder zijn broers en zusters kindskinderen, te weten de kinderen van Luitenant Jan Wedda, van Hopman Willem Hamminck, van Michiel Welhuisen, van Symen van der Laan, van Swier Everts en van Tije Luities, en het kind van Pieter Sonnema zal in zijn moeders plaetse staen, alsschoon het een lidt verder is.
De dochter Lubbina legateert op 11-4-1696 als weduwe Hindrik Wijtsens. Zij houdt zich aan de beschikking van haar ouders, aangevuld en gewijzigd naar de omstandigheden. De dochter van Peter Sonnema sal in haer moeders plaetse staen, als meede sullen de kinder van Arnoldus Groenou en Swaentien Blankensteins te saemen in haer moeders plaetse staen, soo dat dese 2 laetsten te saemen soo veele sullen genieten als Arent Hamminck en Swaentien Blankensteins sullen genooten hebben, als sij in 't leven waren geweest.
Op 27-11-1699 vindt de boedelscheiding plaats tussen de effgenamen van Hindrick Wijtzens enerzijds en die van Lubbina van Dalen anderzijds. Deze echtelieden blijken in ongemeenschap van goederen getrouwd geweest te zijn. Zij hebben gewoond ten noorden van de Vismarkt. De nalatenschap van Hindrik Wijtzens wordt vastgesteld op 30.864 gl 15 st. en 7 plakken. Tot de boedel behorden behalve de helft van het door hen bewoonde huis: de eigendommen van boerderijen en landerijen, rentebrieven, obligatien, verzegelingen en graven in en om de Martinikerk.
Tot de erfgenamen van Lubbina van Dalen behoren o.a.: de E. Arent van der Laan, voor hem self en als legitimus tutor (wettige voogd) over sijne moederlose kinderen bij wijlen vrouw Catharina Wedda in echte verweckt; zijn vrouw Jantien van der Laan getrouwt an Peter Jansen Groustra; de E.E. Raadtshaar Johan van Sijsen wegens Jan Fuust, die tegenwoordich buiten landts is; de E. Michiel Hammingh; de E. Hopman Jan Munninck in qlte over de kinderen van wijlen Arent Hamminck.
Op 5 november vindt een nadere boedelscheiding plaats onder de erfgenamen. Voor de kinderen van Arent Hamminck treedt thans op Ite Garbrants als sibbevoogd. Michiel Hamminck blijkt al gestorven, zodat zijn weduwe Maria Hartelieft namens de kinderen optreedt. Er zijn elf erfgenamen; ieder wordt 3000 car. gld. toegewezen, behalve wat aan deze en gene gelegateerd is.
Arent van der Laan ontvangt voor zich en zijn kinderen twee parten.
Uit dit huwelijk:

   1. 

Adriana Arents Hamming, geboren circa 1635 te Groningen, overleden voor 1667 te Groningen.
Ondertrouwd op 11-10-1656 te Groningen met Simon Gerrits van der Laan, geboren voor 1635 te Groningen, overleden 1666, zoon van Gerrijt Jans van der Laan, Capitain.
Hij is weduwnaar van Elteke Hoysema.
Zij woonden bij de Visscherspijpen oftewel bij de Steentilpoortenbrug. Door de Visscherspijpen komt het Winschoterdiep de stad binnen.
Kort na 14 juni 1666 laat hij zich inschrijven als groot burger van Groningen, tezamen met zijn zoon Arent. Hij blijkt op 29 januari 1667 reeds overleden te zijn, evenals zijn vrouw Adriana Hamming, want dan vindt de aanzwering plaats van Willem Hamming als voormond en van Jannes Holtuin en Hopman Willem Hamming als voogden over de kinderen. In 1673 wordt Jan Wedda voormond en Thije Luijtjes voogd.
Adriaentjen Hamming is in september 1656 als lidmaat aangenomen. Na de geboorte van Jantjen zijn ze vermoedelijk verhuisd naar de Guldenstraat. Op 22 juli 1693 verkopen de drie kinderen hun mandelige behuising ten oosten in de Guldenstraat voor 1000 gld.

   2. 

Willem Arents Hamming, gedoopt voor 1640 te Groningen (zie III).


IIb    Luityen Hamming, geboren circa 1615, zoon van
Willem Hamming (zie I).
Gehuwd met Roelofje Huising, begraven op 5-4-1673 te Groningen, dochter van Hindrik Luitjens Huising en Warmeltje Epping.
Uit dit huwelijk:

   1. 

Jantje Hamming, gedoopt op 20-12-1659 te Groningen.

   2. 

Hindrik Hamming, gedoopt op 4-8-1664 te Groningen.

 

Generatie III


 
III    Willem Arents Hamming, gedoopt voor 1640 te Groningen, overleden 1693 te Groningen, zoon van
Arent Willems Hamming (zie IIa) en Jantien Michels.
Gehuwd voor de kerk op 22-1-1660 te Noordlaren met Catharina Jacobs Munning, geboren circa 1640 te Groningen, dochter van Jacob Munning, hopman, en Grietje Vuist.
Uit dit huwelijk:

   1. 

Arent (Arnoldus) Hamming, gedoopt op 8-11-1660 te Groningen, begraven op 28-6-1692 te Fransum.
Gehuwd met Geesje Garbrants, geboren circa 1660, dochter van Garbrant Derks en Trijntje N.N.
Getuigen bij zijn huwelijk waren Willem Hamming en Catharina Munning, ouders; Jan Munning, vaandrig en Jacob Munning, luitenant; Luitien Michels van Dalen, oud oom; Hendrik Wijtses, neef; Ite Garbrands, broer; Eysse Ibes, halfbroer.

   2. 

Jan Vuust Hamming, gedoopt op 11-2-1664 te Groningen.

   3. 

Michiel Hamming, gedoopt op 30-4-1669 te Groningen, overleden 1700 te Groningen.

   4. 

Johanna Hamming, gedoopt op 19-11-1673 te Groningen.

   5. 

Margretha Hamming, gedoopt op 20-11-1678 te Groningen.





[1] Het geslacht Hamming, Ite Hamming, pg. 7

[2] Etstoel 14 deel 9 folio 291 d.d. 26-9-1636

[3] Etstoel 14 deel 11 folio 24 d.d. 17-6-1640

[4] Etstoel 14 deel 11 folio 79 d.d. 8-12-1640

[5] Etstoel 14 deel 15 folio 77 d.d. 10-10-1652

[6] Etstoel 14 deel 17 folio 225 d.d. 2-11-1659