Gieterveen huisnummer 127


Albert Jacobs Trip, geboren op 26-04-1778 te Gieterveen, gedoopt op 20-06-1778 te Gieten, overleden op 15-09-1827 te Gieterveen, zoon van Jacob Jacobs Trip en Roelofje Harms Buiter.
OSA 1383 Gieterveen huisnr 127, 22, arbeider, ongehuwd.
Gehuwd voor de kerk (1) op 26-01-1800 te Gieten met Niesje Jans, geboren te Eext, gedoopt op 11-01-1778 te Anloo (getuige(n): Hindrikje Thijssen van Bonnerveen), overleden op 13-06-1806 te Gieterveen, dochter van Jan Tonnis en Elisabeth Thies.
Gehuwd voor de kerk (2) op 26-12-1808 te Gieten met Bougje Willems Springer, geboren op 10-03-1775 te Wildervank, overleden op 25-05-1828 te Gieterveen.
Dochter van Willem Springer en Grietje Jans.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Roelofje Trip, geboren te Gieterveen, gedoopt op 22-02-1801 te Gieten, overleden op 24-11-1869 te Zandvoort (Anloo).
   2.  Jantje Alberts Trip, geboren op 10-07-1803 te Gieten, overleden op 04-07-1886 te Valthermond.
Uit het tweede huwelijk:
   3.  Jacob Trip, geboren te Gieterveen, gedoopt op 22-10-1809 te Gieten, overleden op 27-12-1879 te Bonnerveen.
Gehuwd op 22-04-1846 te Gieten met Jantje Marissen Koiter, geboren op 20-08-1806 te Noordlaren, gedoopt op 24-08-1806 te Haren, overleden op 16-08-1853 te Bonnerveen, dochter van Marisse Jans, schoenmaker, en Aaltje Jans Schut.
Zij is weduwe van Jan Jacobs Hulshof.
   4.  Grietje Trip, geboren te Gieterveen, gedoopt op 08-09-1811 te Gieten, overleden op 05-01-1894 te Rolde.
Gehuwd op 23-12-1847 te Rolde met Mr. Hendrik Homan, schout en burgemeester van Rolde, inspecteur wegen en waterlossingen in Drenthe, geboren op 28-02-1796 te Rolde, gedoopt op 06-03-1796 te Rolde, overleden op 05-12-1867 te Rolde, zoon van Mr. Johannes Homan, landdagcomparant 1786; volmacht landdag 1787, 1791, 1794; schulte Rolde 1795, burgemeester Rolde, en Roelofje Vos.
Hendrik Homan werd op 1 oktober 1813 in Groningen ingeschreven als student in de rechten en promoveerde daar op 19 juni 1818.
Op 13 juli 1819 werd hij, tegelijk met de inwerkingtreding van het reglement van bestuur voor het platteland der provincie Drenthe, benoemd tot schout en secretaris van de gemeente Rolde. Hij volgde daarmee zijn vader op, die per gelijke datum "honorabel" werd ontslagen. De benaming schout of schultes bleef voor de plattelandsburgemeesters in Drenthe in zwang tot 1825. Na de totstandkoming van de Gemeentewet in 1851 was hij vanaf dat jaar tot aan zijn dood in 1867 zowel gekozen raadslid als ambtenaar van de Burgerlijke Stand. In 1828 werd Homan als dienstplichtige ingelijfd bij de toen ingestelde schutterij. De relletjes in Brussel, die de aanzet vormden tot de afscheiding van België, leidden er toe dat op 9 november 1830 een Afdeling Mobiele Drentsche Schutterij werd opgericht, waarvan de eerste ban (ongehuwden) meteen werd gemobiliseerd. Hendrik Homan werd als ongehuwde ingedeeld bij de 1e Kompagnie van de 1e Batterij in de rang van Tweede Luitenant. Per 24 april 1831 werd hij bevorderd tot Eerste Luitenant. De omzwervingen, die hij met zijn onderdeel maakte, strekten zich uit van Kampen, Harderwijk, Gorkum, Bergen op Zoom (met een vierdaags bezoek aan de Citadel van Antwerpen) tot Eindhoven en omgeving. Hoewel men aan de koning verzocht had aan de gevechten te mogen deelnemen, is het daar niet van gekomen. Het gevaarlijkst bleek nog het verblijf in Bergen op Zoom, waar twee derde deel van de Drentse schutterij in het hospitaal belandde en bijna een derde deel stierf als gevolg van ziekten, veroorzaakt door de slechte kazernering, de nabijheid van de Schelde en de grote temperatuurwisselingen.
Toen Homan een rekwest indiende om ontslag uit de dienst te krijgen, werd hij daarin gesteund door de gouverneur, die aanvoerde "dat Rekestrant niet wel langer kan worden gemist uit deszelfs burgerlijke betrekkingen, die door zijne langdurige afwezigheid vrij wat hebben geleden en welker tussentijdse waarneming aan anderen heeft moeten worden opgedragen". Op 14 april 1833 kreeg hij eervol ontslag.
Toen door de dood van zijn vader in 1826 diens functie van inspecteur der wegen en waterlossingen in de provincie Drenthe vacant kwam, solliciteerde hij naar deze betrekking. Hij wist twee andere gegadigden achter zich te laten en werd op 21 oktober 1826 door Provinciale Staten benoemd tegen een salaris van f 800,- per jaar. Aan deze functie kwam abrupt een einde toen provinciale staten op 17 oktober 1850 bij de behandeling van de begroting 1851 vaststelden, dat zowel de plaatselijke besturen als Gedeputeerde Staten tekort schoten in hun toezichthoudende taak en het op de overschouw door de inspecteur lieten aankomen. Als deze instanties hun taak naar behoren zouden vervullen, was Homans functie overbodig. Omdat daarmee, de reis- en verblijfkosten meegerekend, f 1.400,- kon worden bespaard, werd deze post geschrapt. Een door Homan ingediend verzoek om pensioen of wachtgeld werd niet gehonoreerd. Wel kreeg hij een eenmalige gratificatie van f 500,-. De controle door de inspecteur werd vervangen door een commissie uit Gedeputeerde Staten, die steekproefsgewijs en naar aanleiding van klachten te werk zou gaan. Vanaf 1876 werd deze taak verricht door de in dat jaar opgerichte Provinciale Waterstaat.
Bij koninklijk besluit van 10 januari 1841 werd mr. Hendrik Homan uit een voordracht van drie personen benoemd tot lid van de Commissie van Landbouw als vertegenwoordiger voor het Rolderdingspel. Deze commissie, die in elk departement en ook in de Landschap Drenthe was ingesteld, had onder meer tot taak het Departementaal Bestuur en de Raad van Financiën voor te lichten over alles wat de landbouw betrof. Hij heeft in deze commissie zitting gehad vanaf zijn installatie op 26 januari 1841 tot 31 december 1850, de datum waarop deze provinciale commissies bij koninklijk besluit werden ontbonden. Hij behoorde weliswaar niet tot de zestien "heren" die in 1844 het Genootschap ter Bevordering van de Landbouw in de provincie Drenthe oprichtten, maar in het eerste jaar van haar bestaan sloot hij zich daar ook bij aan. Uit de door hem beklede functies op provinciaal niveau krijgt men de indruk dat mr. Hendrik Homan goed stond aangeschreven. De gouverneur was evenwel een andere mening toegedaan. In een staat van beoordeling van de burgemeesters, opgemaakt in 1841, schreef deze over Homan: "Niet zeer bekwaam, weinig voortvarende en zich niet veel toeleggende op verbeteringen, oud 45 jaren." Maar ook voor verscheidene van Homans collega's had de gouverneur weinig lovende woorden.
Als burgemeester kreeg Homan te maken met de vraag wat er moest gebeuren met de verwaarloosde en vervallen Nederlands Hervormde kerk in Rolde. De kerkvoogdij wilde in 1847 een nieuwe kerk bouwen, omdat de landsregering daarvoor ruime subsidies beschikbaar stelde. Gelukkig wist de bevolking, onder leiding van burgemeester Homan, afbraak van de kerk te voorkomen. Herstel van het gebouw was echter dringend nodig, waartoe in 1853 werd besloten. Helaas werd, door geldgebrek en merkwaardige bouwkundige opvattingen, het aanzien van de kerk daarbij ingrijpend verknoeid. Ter gelegenheid van deze "restauratie", die in 1854 zijn beslag kreeg, schonk Homan een ijzeren windwijzer, die op het verlaagde dak van het koor werd geplaatst. Op de windwijzer kwam het wapen van de familie Homan voor en het jaartal 1853. Ook als president-kerkvoogd heeft hij geruime tijd de kerk gediend.
Bij koninklijk besluit van 6 december 1867 werd Hendrik Homan opnieuw benoemd tot burgemeester van Rolde. Homan, die toen al de oudste burgemeester van Drenthe was, heeft van dit besluit geen mededeling meer mogen ontvangen. Hij overleed, bijna 72 jaar oud, een dag voordat het besluit genomen werd. Daarmee kwam een einde aan een burgemeesterschap van maar liefst 48 jaar. Hendrik Homan huwde met Grietje Trip. In afwijking van de familietraditie ditmaal geen rijke erfdochter, maar een onbemiddelde dienstmaagd.[Drentse Biografieën 5 pg. 81 ISBN 90-5028-94-3].
   5.  Willem Alberts Trip, geboren op 18-07-1813 te Gieten, overleden op 20-02-1907 te Gieterveen.
Gehuwd op 01-02-1851 te Gieten met Grietje Schuiling, geboren op 14-09-1819 te Gieten, overleden op 18-11-1854 te Gieterveen, dochter van Egbert Eggens Schuiling en Zwaantje Willems Bruins.