Lambert Johans EPPING
Lambert Johans EPPING, ette Oostermoer 1609-1626; kerkvoogd, geboren circa 1550 te Gieten, overleden voor 1622.
Lambert Eppinge en zijn vrouw enerzijds, Willem, Heyno, Henrick en Johan Moersinge anderzijds, verdelen de erfenis van Ghebbe Hamminge, Jacob Huisinge en Johan Moersinge in 1578. In 1582 regelen Lambert Eppinge enerzijds en Willem en Henrick Moersinge anderzijds met hun scheidsrechters het geshcil betreffende de erfenis van de overleden broers Heyno en Johan Moersinge.
In 1583 draagt Gese Sloits over aan Lambert Eppinge en zijn vrouw Gese een akker en hooiland te Anloo. De kinderen van wijlen Harmen Smijt en zijn vrouw Hille dargenin 1585 over aan Lambert Eppinge en zijn vrouw Gese te Gieten het door Harmen en Hille nagelaten huis, hof en toebehoren in de marke van Gieten.
Op 18 mei 1590 ondertekent Lambert Eppinge met de overige eigenerfden van Gieten de bepalingen betreffende het hakken van hout. Onder de eigenerfden is ook Johan Eppinge, mogeljk een broer van Lambert. Verder zet Hendrick Huysinge zijn handmerk 'van weegens Lambert Eppinge, op 't Veen, syn lanther'. Tijdens de goorspraak van 5 maart 1595 tho Ahnlo treedt op "Lambert Eppinge als vulmacht van Butinck ende Geerdt Friese, laet wweder eiccschen alsodanich stro, etc., is vertuiget up bewijs ofte een unrechte esschinge, anders Jan Sickinge in een misbruick".
Op 15 juni 1596 wordt tijdens de goorspraak te Sleen recht gesproken in de volgende zaak: "Arent Peppinck een unrechte esschinge gedaan an Lambert Eppinge, des heren drostenschrijver ontvangen 1 goudgulden". Tijdens dezelfde goorspraak komt aan de orde" "Lambert Eppingen laet Hindrick Bebinck genoechsame leverantie ende handrvienge (= handvrede, een door handslag bekrachtigde vrede tussen twee strijdende partijen) afesschen, is vertuiget Hindrick up bewijs ofte een unrechte esschinge".
Tijdens de goorspraak te Sleen op 30 juni 1596 speelt een geschil tussen de erfgenamen van wijlen Johan Claess en Lambert Eppinge: "Die erffgenamen van zaliger Johan Claess hebbenn gerichtlicken laten esschen van Lambert Eppinge up Bonnervene sodane vene etc. Is vertuiget, dat die erffgenamen sollen bewijsen, alsdan Lambert in een misbruick etc".
In 1609 staat Henrick Moersinge te Eext zijn roerende en onroerende goederen af aan Lambert Eppinge en Gese zijn vrouw en aan Otto Hovinge en Jan zijn vrouw, in ruil voor levensonderhoud.
Otto Moersinge en zijn vrouw Jantjen dragen in 1611 aan Lambert Eppinge en zijn vrouw Gese te Gieten een vierde deel van het erf Noordhove en toebehoren in de marke van Eext over. In 1636 dechargeren Luitjen Michels en Jantjen zijn vrouw de voogden van laatstgenoemde, te weten Johan Eppinge te Gieten, Jan Vorsinge, Harmen Ippinge en Willem Harmens, voor het beheer van de nalatenschap van Lambert Eppinge.
Gehuwd (1) voor 1578 met Gesa MOERSINGE, geboren circa 1550 te Gieten, overleden na 1609 te Gieten, dochter van Johan MOERSINGE.
Gehuwd (2) na 1611 met Lubbe LAMBERTS?
Uit het eerste huwelijk:
Jan EPPING, kerkvoogd; ette Oostermoer 1627-1650, geboren circa 1586, overleden na 1656.
Wemele Eninge, weduwe van Berent Eninge te Onnen draagt in 1622 over aan Jacob Ottens en zijn vrouw Jeije en aan Johan Eppinge en zijn vrouw Jantje haar aandeel in de geërfde goederen te Gieten van haar overleden ouder Karst Wiffen en zijn vrouw Hille.
Op 28 augustus 1631 owrdt er een regeling getroffen inzake de verhoudingen van de gezamenlijke veengenoten van Annen, Exte, Gieten en Bunne, waartoe Jan Eppick behoort, ten opzichte van de schuitenschuivers van Groningem. In 1612 is er een accoord gesloten tussen de schuitenschuivers van Groningen en de gezamenlijke veengenoten van Annen, Eext, Gieten en Bonnen. Hieromtrent dient op 17 december 1634 een geschil voor de gecomitteerden der stad Groningen en die van het Oostermoer in de landschap Drenthe. Jan Eppinck behoort tot deze laatsten.
In 1634 draagt Jan Engbers, bakker te Groningen, c.s. over aan Jan Eppinge enige akkers behorende tot het goed Roerkinge te Bonnen. OP 21 juni 1635 treffen die buiren van Geten, waaronder Jan Eppinck, een willekeur betreffende een verbod torff toe smiten ofte laten smiten op de Alersche Maetien. Bij een overtreding moet aan den heeren voldaan worden tyn goltgulden ende die bueren een halve tonne byer, hetsij bynnenbuir ofte buitenbuir. Jan Eppinge en zijn vrouw Jantjen dragen in 1636 over aan Jan Cuiper en zijn vrouw Aleit te Gasselte de veenakker te Gasselte. OP de keerzijde van de akte van overdracht staat dat in 1630 Marten Schenck c.s. genoemde akker hebben overgedragen aan Jan Eppinge te Gieten.
Op 30 november 1641 vindt te Bonnen voor eigenerfden en markegenoten de scheiding van venen en dalgronden plaats. Jan Eppinge krijgt samen met Harmen Hiddinge, Otte Hendriks, Jan Bebinge, Jan en Luyten Derks met consorten, Harmen Maethuys en Jan Cornelis een aantal vier waeren toebedeeld.
In 1645 dragen Frerick Barels, zijn vrouw Lamma en Jan Barels te Gieten een stuk veen gelegen te Gieterveen over aan Jan Eppinge en zijn Jantjen te Gieten. In datzelfde jaar 1645 is er een process tussen Jan Canter, namens de markegenoten van Gieten, en Jan Eppinge vanwege het leggen van een wal bij het Rode Huis in de marke van Gieten.
Jan Hindriks Brouwer en zijn vrouw Lammetjen dragen in 1650 aan Jan Eppingen en zijn vrouw Jantjen over een aandeel land op de Quabben in de marke van Gieten. In 1656 beschikt de schulte van Gieten op verzoek van Claes Holle om beslag te leggen op de goederen van Jan Eppinge en Jan Ottens als vertegenwoordigers van de eigenerfden van Gieten vanwegen een openstaande schuld. Aeltjen Ottens draagt een stuk hooiland in de marke van Gieten in 1657 over aan Johan Eppinge en zijn vrouw Jantjen te Gieten. In 1660 krijgen Jan Eppinge en zijn vrouw Jantjen een stuk weideland in de Bonner Horne en een stuk hooiland in de Meeckelheim te Gieten overgedragen van Harmen de Sigers en zijn vrouw Anna Catharijna Kijf.
In 1668 vindt er een ruiling plaats tussen Lambert, Carst en Jan Eppinge te Gieten en Jan Ottens te Gieten van grond gelegen in de marke van Gieten en Bonnen.
Gehuwd voor 1622 met Jantien Karst WIFFEN, dochter van Karst WIFFE en Hille N.
Uit dit huwelijk: